Kittens kunnen vanaf de leeftijd van zes weken geënt worden tegen kattenziekte en niesziekte (eerste voorlopige enting). Omdat het afweersysteem nog niet volledig is ontwikkeld, biedt de kitten-enting slechts een voorlopige bescherming tegen de ziekte.Als het katje na drie weken, voor de tweede maal wordt geënt, met cocktail tegen kattenziekte en niesziekte, is het voor een jaar lang beschermd.
Sproeien.
Sproeien is een vorm van communicatie bij katten. Wanneer een kat sproeit, is zijn lichaamshouding totaal anders dan wanneer hij normaal in gehurkte houding urineert. Het urine sproeien is duidelijk herkenbaar, omdat de kat een karakteristieke houding aanneemt. Het zijn de volgende omstandigheden die van bijten af de oorzaak kunnen zijn van het urine sproeien van uw kat:- seksuele opwinding, vooral in het voorjaar en in de zomer;- elke situatie die met stress of emotionele verwarring gepaard gaat, bijvoorbeeld doordat de kat zijn vertrouwde omgeving mist (verhuizing, vervoer...) of omdat er concurrentie komt in de vorm van een nieuwe huisgenoot.Wanneer uw kat sproeit, heeft hij er kennelijk behoefte aan om zijn aanwezigheid kenbaar te maken. In feite bevatten de straaltjes urine tijdens het sproeien boodschappen, die feromonen worden genoemd. Deze feromonen zijn lichaamseigen stoffen, die het de kat mogelijk maken met zijn omgeving te communiceren. Feliway is een middel welke op een natuurlijke wijze het sproeien stopt of voorkomt.
Niervergiftiging (uremie)
Wat gebeurt er ?
Katten krijgen over het algemeen erg eiwitrijk voedsel, of dat nu puur vlees of vis is of blikvoer en brokjes. Bij de vertering van de eiwitten komen afvalstoffen vrij in het bloed. Het is de taak van de nieren om deze afvalstoffen uit het bloed te filteren en met de urine mee af te voeren. Bij de oudere kat gaan de nieren, die door het eiwitrijke voedsel altijd hard hebben moeten werken, langzaam achteruit. Dat is een normale slijtage. Het gevolg is echter dat niet alle afvalstoffen meer uit het bloed worden verwijderd, het teveel aan afvalstoffen in het bloed gaat op den duur als een soort vergif is het lichaam werken. We noemen dit een niervergiftiging (uremie).
De gevolgen van de niervergiftigingMeer drinken; De kat voelt aan dat er teveel afvalstoffen in het bloed zitten en probeert die alsnog te verwijderen door meer te gaan drinken. Op die manier probeert ze het lichaam als het ware schoon te spoelen door de nieren harder te laten werken. In het begin lukt dat aardig en ziet u alleen maar dat het dier wat meer drinkt. in de loop van weken of maanden gaat ze echter meer drinken totdat de nieren het echt niet meer kunnen bolwerken. Als de nieren het echt gaan begeven, heeft dat een reeks gevolgen voor het hele lichaam. Mede door de niervergiftiging gaan alle lichaamsfuncties achteruit.
De hersenen; De afvalstoffen in het bloed werken als een soort licht vergif. Door de uitwerking op de hersenen zien we dat de kat suf en sloom wordt. Ze heeft absoluut geen pijn maar voelt zich lamlendig. In ernstige gevallen kunnen ook verschijnselen optreden zoals evenwichtsstoornissen, verlammingen, krampen en afwijkingen van de ogen.
Maag en darmen; de vertering van voedsel werkt door het "giftige" bloed ook niet goed meer. Het voer komt er nog een deel weer onverteerd met de ontlasting uit. Het gevolg is dat de kat vermagert. Ook het drinkwater wordt niet meer goed door het lichaam opgenomen en benut. Ondanks het vele drinken zien we dat de kat toch uitdroogt. Door de niervergiftiging verminderen ook de darmbewegingen (peristaltiek). Het voedsel gaat dan te langzaam door de darmen heen, waardoor het onderweg teveel indroogt. Het gevolg is een "rozenkrans" van ingedroogde, harde keutels. Door deze darmverstopping kan het dier ook gaan braken. Braakprikkels hoeven niet vanuit de maag te komen, maar kunnen ook uit de darmen voortkomen. In dit geval kan de kat "loos" braken. Er komt dan geen maaginhoud, maar hooguit een beetje geel of wit vocht. De oorzaak hiervan ligt in de darmen zelf. Als er wat haarsliertjes via de maag in de darmen terecht zijn gekomen, kunnen ze de darmwand prikkelen of zelfs een verstopping veroorzaken. Braakneigingen zijn het gevolg.
De vacht; Door de slechtere algemene conditie wordt de vacht dor en dof. Door de vermagering en uitdroging gaan de haren rechtop staan en vallen uit. Met het schoonlikken van de vacht, het zich "wassen", slikt het dier automatisch wat haren in. door de haaruitval is dit meer dan normaal en kan de kat hiervan gaan braken.
Lever milt en beenmerg; Deze organen krijgen het ook zwaar te verduren door een teveel aan afvalstoffen in het bloed. Normaal worden er rode bloedlichaampjes afgebroken en ook weer aangemaakt. Dat gebeurt voortdurend in de lever, de milt en het beenmerg. Bij niervergiftiging worden steeds minder bloedlichaampjes aangemaakt en wordt het bloed niet voldoende aangevuld. Het resultaat is bloedarmoede; een bleke neus, bleke voetkussentjes en bleke oog- en mondslijmvliezen. Een ander taak van de lever is het zuiveren van het bloed van stoffen die schadelijk zijn voor het lichaam. Ook dat gebeurt niet meer voldoende bij een niervergiftiging, waardoor het ziekte beeld alleen nog maar ernstiger wordt.
De ogen; De ogen zijn dof door de uitdroging. Ze liggen ook diep in de kassen omdat het lichaam het vet in de oogkassen achter de ogen heeft opgebruikt. In ernstige gevallen kunnen de ogen door hersenbeschadiging met schokjes heen en weer gaan bewegen (nystagmus) of kunnen de pupillen heel groot of juist heel klein worden.
De bek; Door de algehele uitdroging krijgt de kat ook een droge mond. omdat er geen speeksel meer is met eeen beschermende werking, bestaat grote kans op irritaties en ontstekingen in de bek. Stinken uit de bek is een belangrijk gevolg van een niervergiftiging. In ernstige gevallen wordt het slikken moeilijk en wil het dier op den duur niet meer eten, mede ook tengevolge van de voortdurende braakneigingen als beschreven bij "maag en darmen". De meeste katten hebben wat tandsteen op de achterkiezen boven. Als het stinken uit de bek de enige klacht is, zal logischerwijs overgegaan worden tot een tandsteen behandeling. Als het stinken uit de bek mede een gevolg is van de nier vergiftiging, zals de stank niet verwijderen of terugkomen. Dat is dan reden voor verder onderzoek.
De lichaamstemperatuur; in een vergevorderd stadium is het dier ook niet meer in staat om de lichaamstemperatuur (normaal tussen 38,5°C en 395°C) op peil te houden. De mate van ondertemperatuur is belangrijk voor het geven van een prognose. Een half graadje is niet zo'n ramp, maar drie graden ondertemperatuur is niet zo best.
Het gedrag; Behalve de genoemde symptomen, zoveel drinken, braken, minder of niet meer eten en alle andere lichamelijke afwijkingen, gaat een oude kat zich in het eindstadium van het leven ook anders gedragen. in het begin gaat ze nog lekker op warme plaatsen liggen en wordt ze erg aanhankelijk. Het oudje spint voortdurend en zoekt constant uw gezelschap. In de laatste fase zal het dier zich echter gaan afzonderen, zich op ongebruikelijke plaatsen terug trekken, bijvoorbeeld op zolder of ergens onder de kast. helemaal op het einde zal ze proberen weg te lopen om ergens op een rustig plekje te kunnen sterven.
Wat kunnen we eraan doen ?Als katten boven de tien jaar met een klacht komen, is de dierenarts bedacht op een beginnende niervergiftiging. Dat geldt bijvoorbeeld voor een oudere kat met een darmverstopping of een oudere kat die uit de bek stinkt. De behandeling van alleen de verstopping of alleen van het tandsteen heeft dan slechts een tijdelijk resultaat. Oudere dieren met een enkele klacht worden in eerste instantie alleen maar voor die klacht behandeld. Mocht blijken dat die behandeling niet afdoende is geweest, dan wordt direct een nader onderzoek in gesteld. Dat laatste geldt uiteraard ook voor dieren met meerdere klachten die duiden op niervergiftiging.
De diagnoseDe belangrijkste aanwijzing voor niervergiftiging komen meestal uit het verhaal van de eigenaar zelf. Voorts is een urine-onderzoek erg belangrijk en is het mogelijk om met een bloedonderzoek het gehalte aan afvalstoffen te bepalen alsmede andere stoffen die een beeld geven van het functioneren van andere organen.
De behandelingHet belangrijkste doel van de behandeling is te zorgen dat er zo veel mogelijk afvalstoffen zo snel mogelijk uit het bloed verdwijnen. Daarom wordt de patiënt op een nierdieet gezet. dat is speciaal voer met als voornaamste kenmerk dat het minder eiwitten bevat maar dat de eiwitten, die erin zitten, van hoogwaardige kwaliteit zijn. Het resultaat is dat bij de vertering van het nierdieet geen of weinig afvalstoffen worden gevormd, zodat de nieren veel minder hard hoeven te werken terwijl het dier toch alle benodigde voedingsstoffen binnenkrijgt. Het nierdieet is verkrijgbaar in de vorm van brokjes of blikvoer. Als uw kat nog geen klachten heeft, is het verstandig om ze vanaf de leeftijd van zo'n acht à tien jaar een voer te geven dat de nieren spaart.Vaak is een patiënt met niervergiftiging al wat uitgedroogd. Door een huidplooi op de ribwand tussen duim en wijsvinger te nemen en dan weer los te laten, kunnen we beoordelen hoe het vochtgehalte van de onderhuid is. En dat is weer een afspiegeling van het vochtgehalte van het gehele lichaam.
Een huidplooi op de ribwand moet bij het loslaten snel en spoepel verstrijken. Als dat vertraagd of helemaal niet gebeurt (de plooi blijft dan staan), moeten we constateren dat de patiënt aan het uitdrogen is. Het is dan mogelijk om een poeder in het drinkwater op te lossen. Dat gemakkelijk opneembare poeder zorgt ervoor dat het drinkwater beter vanuit de maag en de darmen in het lichaam worden opgenomen, dus het lichaam ook daadwerkelijk ten goede komt.In ernstige gevallen van uitdroging worden eerst enkele malen een infuus en medicijnen toegedient. Het geven van een nierdieet en het weer op peil brengen van het vochtgehalte zijn de twee belangrijkste aspecten bij de behandeling van een dier met nierproblemen.Daarnaast worden de bijkomende aandoeningen apart behandeld, zoals eventuele hersenverschijnselen (evenwichtsstoornissen, verlammingen en dergelijke), darmverstoppingen, bloedarmoede, oogaandoeningen, mond- en keelontsteking, ondertemperatuur, etc. Daarbij horen in ernstige gevallen opname en intensive care tot de mogelijkheden en soms is zelfs een operatie nodig, bijvoorbeeld in het geval van een hardnekkige darmverstopping
SLEETJE RIJDEN
Sleetje rijden wordt door kinderen alleen gedaan als er sneeuw ligt.
Katten kunnen het onder alle weersomstandigheden. Wanneer een kat op zijn achterwerk gaat zitten en vervolgens op zijn voorpoten lopend zich voortbeweegt met de bedoeling dat zijn achterste over de grond schuurt, dan noemen we dat sleetje rijden. Het is een verschijnsel dat bij sommige katten regelmatig voorkomt. De kat doet dat, omdat hij jeuk aan de anus heeft. Er zijn verschillende oorzaken voor jeuk aan de anus denkbaar. De twee belangrijkste zijn problemen met de anaalzakjes en een lintworm.
De meest voorkomende lintworm wordt zowel bij katten als bij katten gezien.
Een kat of kat er één krijgen door vlooien op te eten die besmet zijn met een tussenstadium van de lintworm, net zoals een mens een lintworm kan krijgen door rauw rundvlees te eten.
In het ene geval is de kat de gastheer en de vlo de tussengastheer van de lintworm, in het andere geval is de mens de gastheer en het rund de tussengastheer. Een lintworm bestaat uit een heleboel kleine stukjes.
Er breken voortdurend van die stukjes van de lintworm af, die dan gevuld met lintworm eitjes naar achteren kruipen en uit de anus te voorschijn komen.
Ze lijken wel wat op rijste korrels en het is te begrijpen ze jeuk veroorzaken. Het spreekt vanzelf dat een lintworm besmetting voorkomen kan worden door de kat of de kat zoveel mogelijk vlo vrij te houden. Als het dier al een lintworm heeft, is deze eenvoudig te verwijderen met behulp van een daarvoor geschikt ontwormingsmiddel.
Een andere oorzaak voor jeuk aan de anus vormen aandoeningen van de anaalklieren ofwel anaalzakjes.
Dat zijn bij katten en katten twee zakjes die links en rechts vlak naast of zelfs in de anus kringspier liggen en waarvan de uitgangen in de anus uitkomen. De anaalzakjes produceren normaal een grijsbruine, korrelige substantie die een onaangename geur verspreidt. De bedoeling is waarschijnlijk om met behulp hiervan het territorium af te bakenen of tegenstanders op een afstand te houden.
Normaal worden de anaalzakjes waarschijnlijk regelmatig leeggemaakt door de druk van de passerende ontlasting. Wanneer dit door de één of andere oorzaak niet goed gebeurt, kunnen ze over gevuld raken. Het dier kan dan gaan sleetje rijden of zit voortdurend aan de anus te likken. Het probleem is te verhelpen door de anaalzakjes regelmatig met de hand leeg te drukken.
Soms raakt een anaalzakje ontstoken. De inhoud is dan veel dunner dan normaal en er kan bloed bij zitten. Een ontstoken anaalzakje moet door de dierenarts behandeld worden. Soms moet het gespoeld worden en er moet een zalf in gebracht worden die een antibioticum bevat. Wanneer de uitgang van het ontstoken anaalzakje ook nog verstopt is, kan er een anaalzak abces ontstaan. Dat gaat gepaard met soms hoge koorts en erg veel pijn.
Soms breekt het abces vanzelf door, in andere gevallen moet het door de dierenarts geopend worden. Wanneer het éénmaal open is, wordt het op dezelfde manier behandeld als een gewone anaalzak ontsteking.
In ernstige gevallen is het verstandig om een antibioticum kuur en eventueel pijnstillers toe te dienen. De door het abces ontstane opening groeit vanzelf weer dicht en mag niet gehecht worden.Wanneer er vaak problemen zijn, kunnen de anaalzakjes operatief verwijderd worden. Het is voor de kat een onaangename operatie, maar het resultaat is meestal zeer goed.
Alle anaalzak problemen behoren dan tot het verleden.
HOMEOPATHIE bij de kat, een stuk van Marie-Josee Thijssen.
INLEIDING TOT DE HOMEOPATHIE
Alleen met de chemische en pharmacodynamische veranderingsprocessen van de kruiden is hun helende kracht nog lang niet uitgeput.
Phytotherapie e.d. hebben hun werkingsgebied vooral in de fysieke structuren van mens en dier en genezen daardoor primair op het organische niveau van de patiënt. Men heeft echter ook geneesmiddelen nodig die meer op het psychisch niveau van een individu werkzaam zijn. Veel alchimisten in de late Middeleeuwen probeerden de geheimen van de natuur te ontrafelen. De sleutel hiervoor hadden ze nog niet. De sleutel voor het principe van de homeopathie.Paracelsus was het bijna gelukt; niet de stof is giftig, maar de dosis.Samuel Hahnemann (1755-1843) tenslotte, is het gelukt het homeopathische principe te bepalen.
De therapie van de Engelsman Cullen t.a.v. koorts beviel hem helemaal niet. Chinabast zou in staat zijn koorts te genezen. Daarom nam hijzelf als gezonde een paar dosis Chinabast in en kreeg prompt dezelfde koortssymptomen. Dit probeerde hij en familiegenoten ook met talrijke andere middelen. En na jarenlange empirische onderzoeken kwam hij tot het fundamentele homeopathische principe: "SIMILA SIMILIBUS CURENTUR" (het gelijke kan door het gelijke genezen worden).
Het woordje kan is hier heel belangrijk, omdat de homeopathie niet dwingend, absoluut is. Het simili-principe is een geheel nieuwe zienswijze in de geneeskunde en is tegelijk de basis van de homeopathie (homoion pathos = eenzelfde lijden).
De homeopathie geneest dus met middelen, die eerst bij dieren en mensen getest zijn; dit is de zgn. geneesmiddelenproef. Het geneesmiddel en het ziektebeeld (de som van de symptomen van de patiënt) worden met elkaar in verband gebracht. Indien een groot aantal punten overeen komen, hebben we het simili-principe en dus het passende medicijn.
Bij deze geneesmiddelproeven stelde Hahnemann vast, dat bepaalde stoffen in hun oervorm bij sommige patiënten negatieve reacties teweegbrachten en kwam zo via verminderen van de dosis tot het potentiëren.
Vooringenomen en onwetende critici vallen vooral op dit punt de homeopathie aan. Echter hebben de kwantumfysica en de thermochemie reeds lang bewezen, dat deze vorm van potentiëren grote energieën uit de materie vrijmaakt.De homeopathische grondstoffen zijn planten, mineralen, dierlijke producten, maar ook levensmiddelen, chemische stoffen, organische preparaten en nosoden. Nosoden zijn homeopathisch bereide producten van een bepaalde ziekte in de vorm van micro-organismen, schimmels en virussen. Deze grondstoffen worden tot diverse substanties verwerkt, maar ook bewerkt, waardoor ze een bepaalde dynamiek krijgen, die tenslotte de concrete geneesmiddelwerking bepaalt.Het uitgangspunt voor de bepaalde verwerking van de grondstoffen is de aard van de materie:
essences – vers geperst en met alcohol geconserveerd plantensap.
tinctuur – gedroogde delen van planten of dierlijke substanties met alcohol vermengd.
oplossing – oplosbare zouten of zuren in water of alcohol.
verwrijving – onoplosbare mineralen, wortels, zaden e.d. worden in een vijzel minimaal een uur met melksuiker verwreven.
Ten gevolge van deze bewerkingsstappen krijgt men de oersubstantie, vloeibaar of vast. Beide krijgen het symbool 2 ; dan pas begint de homeopathische verdunning d.m.v.verdunnen of verwrijven.
Her verwrijven en schudden verandert de energie van de bepaalde stof zodanig, dat telkens een nieuwe informatielaag wordt toegevoegd, zodat een steeds hogere golffrequentie het ziektebeeld met zijn dysharmonische frequenties positief kan beïnvloeden. Dit gebeurt door het potentiëren; stapsgewijze wordt het geneesmiddel op een steeds hoger niveau gebracht. Een werkzaam homeopathisch middel moet dus altijd een hogere golffrequentie hebben en reiner zijn dan de patiënt zelf.
De potentieer-stappen zijn als volgt:
Een deel (bijvoorbeeld 1 mg. of 1 ml.van de oertinctuur of -substantie wordt met 9 delen water, alcohol of melksuiker verdund. Dit is een verdunning van 1:10
Nu wordt het vloeibare geneesmiddel 10 x geschud op een harde ondergrond, bijvoorbeeld boek, of tenminste een uur lang in een porseleinen vijzel met melksuiker ver wreven. Zo krijg je tenslotte de potentie D1 (D = decimaal). Eén deel van de D1 wordt nu met 9 delen water, alcohol of melksuiker verdund. Nu hebben we een verdunning van de oertinctuur van 1:100.
Weer wordt het geneesmiddel, zoals onder punt 2 beschreven bewerkt en zo krijgen we de D2.
De D2 wordt weer in een verhouding 1:10 verdund, en geeft een verdunning van 1:1000. Dan wordt naar D3 gepotentieerd enz..
Wat nu betekent de desbetreffende potentie (potentia = kracht) in de homeopathie?
Iedere potentiestap heeft de desbetreffende oermaterie energetisch veranderd in een genezende substantie.De filosofie van de homeopathie kunnen we als volgt samenvatten: door het potentiëren wordt het geneesmiddel stap voor stap op een hoger energieniveau gebracht en daardoor op een hoger genezend bewustzijnsniveau. Dit veranderde en vrije bewustzijn van het geneesmiddel is nu in staat het ziektepotentieel te neutraliseren, zodat de patiënt teruggebracht kan worden naar zijn oorspronkelijk, harmonieus energieveld.
Des te vaker het geneesmiddel gepotentieerd wordt, des te hoger het psychisch niveau. Bij D23 (het Lohschmidtsche getal) bevindt zich geen enkel molecuul van de oorspronkelijke substantie meer in het geneesmiddel. Wat nu is er dan nog werkzaam in de hooggepotentieerde homeopathische middelen?
Ieder organisme, iedere cel, ieder deeltje materie straalt vanuit zijn energieveld informaties (biophotonen) naar zijn omgeving uit. Deze, naar karakter verschillende kleurenlichtstralen, in hun totaliteit ook Aura geheten, worden volgens de resonantie wet door de omgeving geregistreerd en opgeslagen. In het geval van de gepotentieerde homeopathische geneesmiddelen worden de desbetreffende genezing brengende informaties, vaak hoog gepotentieerd en dus immaterieel, in een materiële informatiedrager, water, alcohol of melksuiker, opgeslagen en na inname worden ze weer opgeroepen. Door inname van geneesmiddel informatie roepen deze in de patiënt reacties op, die het zieke organisme om stemmen of reguleren tot oorspronkelijke optimale verhoudingen.
Het homeopathische principe moeten we dus zo begrijpen. dat hoogwaardige bewustzijnsinvloeden (energievormen) principieel in staat zijn het frequentiepotentieel van een individu op een positieve manier te beïnvloeden.Een volgende keer zal ik het hebben over de dosis die ingenomen wordt, hoe dikwijls en hoe lang, hoe men reageert en enkele praktijkvoorbeelden.
De keuze van de potentie.Hahnemann zelf werkte gedurende het grootste deel van zijn leven met C- potenties, waarbij de C 30 potentie zijn voorkeur had.(C= centimale verdunning 1:100 zie eerdere publikatie)
Tegen het einde van zijn leven ontwikkelde Hahnemann de LM potentie, pas na de 2e wereldoorlog worden deze herontdekt.Bij het bereiden van LM-potenties gaat men uit van C3, deze wordt , deze wordt dan 50.000 maal verdund en zo krijg je LM1 (L=50, M=1000)
De keuze van de potentie is heel belangrijk.
Bij acute ziekten , hoofdzakelijk organisch of infectieus past men voornamelijk lage potenties toe, totD8 3x per dag. Is het zeer acuut om het 1/2 uur
Is de ziekte sub acuut of is het een functionele storing ,gebruiken we meestal de midden potentie D12-D20, 1 tot 2 x per dag.
Bij chronische ziekten worden de hogere potenties gebruikt, vanaf D30 cq.C30 1x per dag.
Hebben we te maken met problemen of conflicten , dan moeten we de psyche beïnvloeden en dan gebruiken we nog hogere potenties, vanaf C1000 1 x per week.
We komen aan de belangrijke vraag : Hoe vaak en hoe lang geef ik een middel?Aangezien de homeopathie een volledig individuele geneeswijze is, kun je bovenstaande vraag eigenlijk alleen maar per individueel dier beantwoorden. Er is echter een belangrijk uitgangspunt door Hahnmeann ontwikkeld, nl. Dat herhaling van de toediening pas nodig is, als de behoefte bestaat. D.w.z. het genezingsproces staat stil en het lichaam vraagt ernaar. Als de patiënt goed geobserveerd wordt is dat goed te constateren. Deze stelregel is vooral toepasbaar bij de toediening van de hogere potenties.
DE DOSISVaak luidt in de allopathische geneeskunde de stelregel: "veel helpt veel". Zo niet in de homeopathie. Hier gaan we wat nauwkeuriger te werk. We kijken bv. Naar de grootte van het dier, kittens krijgen minder globuli, dan volwassen dieren, want in de homeopathie gaat het niet om de hoeveelheid maar om de energetische informatie.Door het verminderen van de dosis van een middel en het kiezen van een hogere potentie , kunnen we de zgn." Homeop. Beginreactie" vermijden.
Wat bedoelen we nu met de beginreactie?
Er zijn geen niet werkzame homeopathische middelen. Als een hom. middel niet werkt, is het verkeerde middel gekozen. Het biologische principe van oorzaak en gevolg geldt ook voor de homeopathie: heb ik het goede middel gekozen , dan zal het organisme hierop reageren.
Als we "trage "patiënten hebben, dan komt deze reactie wat later. Dat zelfde geldt ook voor chronische en gecompliceerde ziektegevallen., . Hier zijn veel impulsen , dus doses, nodig om tot genezing te komen.
Dan heb je overgevoelige patiënten, die zeer heftig kunnen reageren, waardoor een voorbijgaande verergering van de symptomen optreedt. Dit betekent dat het goede middel werd toegediend, maar de potentie was te laag of de dosis was te hoog.. Bij een dergelijke situatie wachten we rustig af, in een aantal uren is de reactie voorbij.
Vaak is geen herhaling van de dosering nodig, indien wel, de dosis verminderen en een hogere potentiekiezen.
Indien het totale ziektebeeld zich toch verslechtert, dan is het verkeerde middel gekozen en is correctie uiteraard noodzakelijk.
Deze beginreactie is dus een goede indicator voor het antwoord op de vraag naar de keuze van het juiste middel.
Belangrijk in deze is de Wet van Hering, inzake het genezingsproces.:
Dit proces verloopt altijd van
*van binnen naar buiten
*van boven naar beneden
*van heden naar verleden,.
Van binnen naar buiten; voorbeeld, bij het genezingsproces van astma kan dit tenslotte resulteren in een exceem dat voorbijgaat
Van boven naar beneden; een pijnlijke zwelling van de bovenarm zakt na behandeling via de elleboog naar d e onderarm en verdwijnt langzaam.
Van heden naar verleden :een tandvleesontsteking werd vroeger met antibiotica behandeld.
Na een 1/2 jaar treden spijsverteringsstoornissen op, die homeopathisch behandeld worden. Tijdens deze behandeling kan het tandvleesprobleem weer terugkomen en blijkt dan de eigenlijke oorzaak van de problemen te zijn en dit moet dan adequaat behandeld worden.
DE HOMEOPATHISCHE GENEESMIDDELEN:De meeste van de meer dan 2500 homeopatische middelen hebben een genees middelen proef ondergaan. Dwz. dat ze op gezonde proefpersonen getest zijn. Bij de resterende middelen werd de werking door empirische ervaringen bevestigd.
Ze zijn verkrijgbaar in verschillende vormen. Voor ons zijn de korrels(globuli), tabletten, druppels en tinctuur en zalf interessant.De homeopathie kan met veel andere geneeskundige methoden , ook de allopathische , gecombineerd worden.
Geschreven door:
20.10.99 Marie-Josee Thijssen, met toestemming op onze Homepage geplaatst.
Wilt u meer van haar zien en lezen, kijk dan op
"Thijscats" , een tip..... kijk ook even in haar "kattenrestaurant" en verbaast u !!!!!!!
De Poezen pil.
Een vraag op internet was, is de pil slecht voor (jonge) poezen?
De (jonge) Dierenarts rade met klem het gebruik van de poezenpil af, omdat er zelfs bij gebruik van een of twee tabletjes, al tumoren en of kliergezwellen zouden kunnen ontstaan. De dierenarts had contact gehad met de faculteit in Utrecht en die waren daar dus zeer negatief over het gebruik van de poezenpil.De poezenpil is inderdaad een tijdelijke oplossing. Tumorvorming bij de kat heeft een genetische predispositie. Indien die er is, is het geven van de poezenpil niet zonder risico's - dan krijgt zo'n dier mogelijk eerder en meer mamma/lymfeklier-tumoren. Tumorvorming bij de kat wordt inderdaad hormonaal beinvloed maar katten produceren die hormonen in eerste instantie zelf en wij "reguleren" dat als fokkers/eigenaren voor een korte tijd met de poezenpil (waarin lichaamsidentieke hormonen zitten). Deze rade met klem het gebruik van de poezenpil af, omdat er zelfs bij gebruik van een of twee tabletjes, al tumoren en of kliergezwellen zouden kunnen ontstaan.
Heb je een lijn waar deze predispositie (net als vrouwen met borstkanker, dat is ook erfelijk) voorkomt dan is het raadzaam om je kittenkopers te adviseren om hun poesjes *voor* de eerste krolsheid te laten steriliseren wat hormoonproductie (wel of niet bijgestuurd met de pil) geeft dan later problemen. En uiteraard even nadenken of je met zo'n lijn zelf doorfokken gaat.
Er is geen nieuwe "kennis" over de poezenpil, wel is er momenteel in Utrecht een soort nieuwe "awareness-hype" dat pilgebruik en tumorvorming een link hebben. Dat dat er uit komt is logisch, maar de conclusie dat pil geven zomaar tumorvorming zou veroorzaken is mijns insziens zeer prematuur te noemen.
Nederland heeft namelijk een "traditie" van vrij late sterilisatie van poezen en dat is eigenlijk de hoofdreden dat mammatumoren vrij veel gezien worden bij katten op latere leeftijd - door de langdurige hormoonproductie van het lichaam zelf is er later een verhoogde kans op tumorvorming indien de betreffende kat daar een erfelijke predispositie voor heeft.
Wel of niet reguleren met de poezenpil is daarbij slechts secundair. Ook wordt de gemiddelde poes in Nederland de laatste jaren steeds ouder en dat betekent dat ook de kans dat tumorvorming optreedt en dus opgemerkt wordt door de eigenaar en dierenarts enorm is toegenomen.
Kortom - raak niet in paniek en ga verantwoordelijk om met de poezenpil (dus: beperkt en niet als permanente oplossing geven en steriliseren als je niet (meer) met een poes fokt).Wij gebruiken zelf de "Minipil" 1 maal per twee weken, dus zijn er wel voorzichtig mee. Niet langer dan twee sessies en laten dan de poes weer krols worden of dekken. Je moet bijna wel zeker weten, dat het "niet in de familie "voorkomt.